Fitter&Fitter

Fitter&Fitter coach Bart fietst de Marmotte

In 2020 vroeg mijn goede vriend Driesd of ik de Marmotte wilde meerijden. Ik kende die fietstocht niet en zei in volledige Pipi Langkousstijl: "Ik ken het niet, dus ik weet niet of ik het kan, maar da's goed, het zal wel lukken." Het werd een jaar waarop de fiets een prominentere rol kreeg in mijn leven. Lees hier het, nou ja, euh, "uitgebreide" verslag. :-)


De Marmotte zit erop. De Marmotte is, voor wie het niet weet, een fietsevent waar jaarlijks ruim 5000 wielerfanaten kosten noch moeite sparen om 4 zware Alpencols in hun broekzak te steken. Tijdens de Tour de France krijgen de cols die op het menu stonden het label 'hors catégorie' mee. Vier van die cols moesten we over en dat over een afstand van 177km, samen goed voor 5000 eter stijgen. Een verslag dringt zich op. Eéntje? Ik kan er wel 5 schrijven. Eén over de decors, één over de fysieke beleving en de pijn, één over hoe je die inspanning trainingsfysiologisch gezien aanpakt en analyseert,  één over de kameraderie van het hele traject ernaartoe tot de ochtend erna, één over de reflecties en de mijmeringen, noem het filosofie voor beginners, waarbij muziek mijn eeuwige metgezel en soulmate is. Uiteraard dringt zich ok nog een vertelsel op waar het over de romantiek van zo’n tocht gaat, de poëzie, de heroïek en lyriek.  En zelfs dan ben ik wellicht nog niet uitverteld. 

Wat een helse uitdaging, zoveel verhalen. Precies een aaneenschakeling van cols, cols en cols. Precies een Marmotte.


Verkenning van de aankomst, borstnummer afhalen en dan.....


....Jep... Koolhydraten stapelen :-) Geen beter excuus dan koolhydraten stapelen om een pannenkoekske te eten :-)


Dries nam die taak van koolhydraten proppen zodanig ernstig dat hij het wereldrecord muesli als ontbijt eten verbrak, met zijn bord van 1,2kg :-) :-)




Superman of nederigheid?

Laat ons wel wezen, wie de beroemde Alpenrit De Marmotte tot een goed einde brengt is, in tegendeel tot wat we daags voordien als vieruurtje gegeten hebben, gene pannenkoek. Er is geen enkele coureur de fluitend, vingers in de neus en zonder verpinken de meet haalt. Hoe rustig je het ook aanpakken wil, die opeenstapeling van alpencols, dat dwingt je om in je krachtenarsenaal te duiken op zoek naar reserves. De Marmotte kruipt in de fietskleren. Elke deelnemer mag zichzelf terecht (tijdelijk?) een held voelen. Superman for a day.  Geen enkele zelftrots is misplaatst bij het bedwingen van zoveel Alpenreuzen. We zijn tenslotte ocharme maar een piepklein zwak vergankelijk schepsel van de natuur in vergelijking tot die robuuste bergen die miljoenen jaren oud en niet kapot te krijgen zijn.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik mezelf vaak met een extra laagje zelfstoef overgiet. Jezelf heel wat vinden, of alleszins iets van betekenis, dat kan ik wel. Ik zie duizenden fietsers die er meer getraind uitzien dan ik. Ze zijn alleszins in het bezit van een echt uitziend stel fietsbenen, een quasi onontbeerlijk hebbedingetje dat me nog net dàt tikkeltje belangrijker lijkt dan de materiële welvaart die ze tussen hun benen hebben steken. Ik heb het over vederlichte tuigen die het gezinsbudget zodanig op de proef stellen, dat de (m/v/x/y/z) des huizes er als tegengewicht een vrijgeleide op een duur paar schoenen, kleedje of andere exuberante uitgaven door in de schoot geworpen krijgt. Wanneer ik dan zo’n stel afgetrainde en gladgeschoren benen, gereden op zo’n supersonisch tuig, op de hellingen voorbij fiets, zij puffend en ik ontspannen, dan is zelfstoef en trots mijn deel. Dan denk ik: "Eat this, met je geschoren benen en je dure fiets! Het is het mannetje dat telt."

De zelfstoef krijgt echter niet de kans te ontaarden. Er rijden immers van die oude knarren mee die al zo oud zijn dat ze zelfs geen lening meer vastkrijgen voor een paar nieuwe fietsschoenen. Ze hebben hun geschatte houdbaarheidsdatum al lang overschreden. Ze zijn zo pezig en taai dat je er je beste mes op stuk snijdt. Wanneer je ze probeert te volgen, doe je je, zoals Michel het zegt, een spreekwoordelijk jasje uit. José heeft het dan over een cartouche verschieten. Ik ga hem missen overigens, Michel Wuyts. Het jasje dat je uitdoet is de supermancape die je jezelf net daarvoor had toegedicht. Die zelfstoef  ruimt al snel plaats voor nederigheid. Het is geen nieuw onbekend gegeven in mijn leven. Je waant je als atleet wel vaker een ware kampioen, zeker als je een verdienstelijke prestatie neerzet op een WK of iets van die slag, maar de voetjes worden op tijd stond weer op de grond gezet. Het is één van de mooie dingen aan sport. Het evenwicht vinden tussen in jezelf geloven, heel erg in jezelf geloven, geloven dat je een wedstrijd winnen kan en dus per definitie geloven dat je beter kan zijn dan de anderen, en anderzijds toch weten dat er zoveel anderen zijn die ook kunnen winnen tegen zichzelf en tegen anderen, en tegen mij. Heerlijke zoektocht!


Random shit op mijn buis. Liever dat dan grijsgedraaide quotes.

Velen tattoëren een lijfspreuk op hun lichaam. Fietsers hebben wel eens de gewoonte om zo’n lijfspreuk, vaak een grijsgedraaide quote, op hun fiets te zetten. Je moet Googe maar openen en "quote sports" intikken, en er vallen al tientallen heldenspreuken in je bus. What doesn’t kill you makes you stronger en zo. Hoewel er veel waarheid in zo’n quotes kan zitten, krijg ik het meestal op mijn heupen van dergelijke quotes. Vooral het gebrek aan eigen creativiteit en het klakkeloos reproduceren van andermans woorden draag ik niet al te hoog in het vaandel. Ik maak liever mijn eigen quotes. I do my own quotes!

Fietsers plakken daarnaast ook wel eens wat koersinfo op hun stuur of kader, info over de hellingen bijvoorbeeld. Het stond in de sterren geschreven dat ik er ook iets zou opzetten, maar niet wat de meesten verwachten. Absurde humor blijft één van mijn levensnoodzakelijke behoeften, net als zuurstof, bos, muziek, en positieve mensen. Absurde humor biedt me vaak meer onderdak in moeilijke tijden dan een dak met dakpannen. Op de Marmotte kon absurde humor niet uit blijven. Tijdens trainingsritjes had ik meer op mijn stuur en kader gekeken dan me lief was. Ik soorde me eraan hoeveel ik naar beneden keek. Dat bracht me op ideetjes. Ik zou van het fietsen en de decors genieten ipv naar mijn fiets te kijken. De tekst op mijn kader zou zo dwaas mogelijk moeten zijn, zodat ik van ambetantigheid vooruit zou kijken. Ook al hangt de tong op de grond., vooruit kijken zult ge. En zo geschiedde…

"Trappen Trut!", de sticker die op een andere fiets van me plakt (van Jeroom), heb ik er niet op geplakt. "Het tijdperk is er niet naar, maar 't is wel een goeike", zei Eddy Demarez me terwijl hij zijn gsm onderdompelde in een emmer water."Geen tweede keer met mij," zei hij nog.  Wat haalde de bovenbuis wel? “Don't look down! You came to see the view, not your bike” herinnerde me aan de landschappen. “Feed the cat, put the trash can outside, call mom, …” had dan weer andere redenen, zoals daar zijn... Als ik thuis was gebleven, dan was ik misschien niet zo aan’t afzien, maar dan was ik bezig met random shit, ofte de dagelijkse sleur. Het was leuk wanneer andere fietsers mijn uitgebreide tekst zagen en vroegen wat erop stond, welke quote, welke tekst. Ze schrokken zich een bult van die random shit. De andere redenering voor die random shit was zoals reeds aangehaald, te dwaas om naar te kijken. Groetjes aan het lief mochten natuurlijk niet mankeren. Tot slot een herinnering aan die laatste keer op een optreden met vrienden, dat was zo’n ontzettend plezante avond dat ik er met heel veel plezier aan wilde terugdenken op de lastige stroken. Smashing my perfectly good guitar!


De kameraderie: een climax om 5.30 ’s ochtends: “Raketsokken!”

Van het hele jaar dat vooraf ging tot de dag na de Marmotte, vormde die uitdaging een constante, die dag in dag uit soms latent, dan weer prominent aanwezig was in mijn hoofd. Elk fragment in dat hele traject is steevast gekoppeld aan de kameraderie. Dries, niet dat ik mensen tegen elkaar afweeg, maar ik noem ‘m toch graag mijn beste vriend, zorgde ervoor dat het cliché -komtiiiieee…. Een quote!- “it’s about the journey, not about the destination” waarheid werd. In de lente hielde we tijdens een mountainbikeritje een eetpauze, midden in het bos, waar de zon door de bomen priemde. Genieten van het moment, maar eveneens bijpraten en herinneringen ophalen, of dat dan van een wedstrijd in onze jeugd was, een festival of concert in onze hoogdagen, of over andere avonturen die we gedeeld hebben.

Er was dat paradijselijke moment waar de wereld nog op slot was. We deden een trainingsweekendje in Eupen, en zonder het goed en wel te beseffen waren we die zaterdagavond dankzij een nonchalante security via een achterpoortje op een Covid Testevent beland. De Compact Disc Dummies traden er op. My F*cking lord, Wat! Een! Feest! Het gelukzalige gevoel die avond van er te kunnen dansen terwijl de wereld nog dicht was, en dat op de koop toe ongepland, en onverwacht. Het was dansen en lachen en blij zijn in de overtreffende trap. Hoplaaaa... weer een onvergetelijke anekdote toegevoegd aan de vriendschapsband.

Ik weet dat Dries zich graag bezig houdt met wetenschappelijke weetjes van het soort waar ik me niet mee bezig houd. Ik schep er veel gemeend amicaal plezier in om hem dan te vragen: “Dries, zo 1 kilo gewicht in een fiets, met hoeveel kilo lichaamsgewicht komt dat overeen, want een fiets van een kilo meer of minder is toch niet hetzelfde als de rijder een kilo meer of minder.” Uiteraard weet Dries dat. Meer zelfs, hij kan erbij vertellen hoe dat verschil nog afhangt van waar het gewicht zit (wielen of kader) en kan er een anekdote bij vertellen over een gewezen wielerheld die de bidons in de rugzakjes stak ipv op het kader om het gewicht te verplaatsen. Wees maar zeker dat in die hele voorbereidingsfase tal van weetjes en gesprekken heen en weer gingen. En of ik dat leuk vond!

Wie me kent, weet dat ik hou van speelse, kindse dingen integreren in het leven. Sesamfiguurtjes zijn schering en inslag. De mannen die die voorkeur delen zijn schaars. Mannen (sorry, genderdenken mag niet meer zeker?) dragen liever iets dat stoer is. Het kindse tast hun mannelijk ego aan. Dries is één van die weinigen die ik ken die diezelfde smaak heeft. De vriendschap steeg (wat mij betreft) naar een hoogtepunt op de dag van de race, om 5.30. Daags voordien hadden we ùùùren (echt waar, ùùùùùren!) lang gesproken over welk truitje je gaat aandoen, welk jasje meenemen, windstopperhandschoenen of gewone handschoenen, hoeveel gellekes, welke andere koekjes of snoepjes, … Alles functioneel, alles puur op efficiëntie. En dan sta je om 5.00 op, nog niet goed wakker. Je trekt je koersbroek aan en wringt je energierijk ontbijt naar binnen. En plots zegt Dries, met een opflakkering in zijn ogen en blij als een kind: “RAKETSOKKEN!” Ik dacht dat hij mijn sokken zag liggen, die ik netjes had klaargelegd bij mijn schoenen. Maar nee, hij werd enthousiast over zijn eigen raketsokken. “Waattt??? Gij ook??? Ik heb er ook klaarliggen voor vandaag.” En zo gebeurde het dat we elk, maar dan ook elk detail 100x besproken hebben, behalve onze sokken, en dat uitgerekend daar we allebei hetzelfde hebben gedacht. 1 speels attribuut, 1 kinds ding, 1 item dat niet uit zo licht mogelijk materiaal is opgetrokken. Raketjes nog wel, omdat we gaan vliegen als rakketten 

Daar sta je dan, om 5.30 's ochtends, met de constatering dat je allebei raketsokken hebt klaargelegd. Vriendjes! Soulmates!


De mythe van de eenzame loper versus de sociale fietser ontkracht?

Als loper weet ik dat lopers tijdens een wedstrijd graag praatjes slaan, zeker in de trailwereld. Om een trail van boven de 50km uit te lopen zijn er enkele basisvereisten. Een babbel slaan met de andere lopers staat daar hoger op de lijst dan kunnen lopen. Ook eet- en drinktalenten staan hoog aangeschreven op die lijst. Van de fietser had ik het beeld dat die vooral babbelen en in tweede instantie op de pedalen trappen. Tijdens de Marmotte is die illusie lelijk ontkracht. Op 9 uur op de fiets zitten viel er nauwelijks een woord. In de bergop hoorde je enkel gehijg en een heel zeldzame uitspraak à la “c’est dûr hein?” – ”Ouf, oui, j’suis mort moi.” Tijdens de afdalingen en op de vlakke stukken was er van praten geen sprake. Er werd in het wiel gehangen, krom over het stuur gebogen, aan gellekes gelurkt, maar gebabbeld werd er alleszins niet. Laat staan gelachen of plezier gemaakt. It was serious business, althans dat was mijn perceptie.


Het sportieve verslag de droge materie. 

Naast de romantiek en de heroïek is er ook het droge, sportieve. Hoe viel het mee, de pijn? Hoe heb je ingedeeld, hartslag, voeding, en zo. De avontuurlijke en romantische kant van zo’n toch is natuurlijk veel leuker, maar je kan er niet omheen dat zo’n zware uitdaging een ware fysieke beproeving is. Wie zich aan zulke beproeving waagt, wordt willens nillens geconfronteerd met die materie. Ook al wil je het nonchalant op ja af laten komen, als het zover is, ga je je toch afvragen hoe je het gaat indelen, wat je meeneemt om te eten en drinken.


Eerst en vooral is er de vraag: "Ga je rijden voor een goeie tijd, of om te genieten?" Dries ging voor een goede tijd. Hij deed me twijfelen, maar ik besloot toch te gaan voor het genieten. Niet dat ik niet graag een goede tijd zou rijden en zien waar ik zou uitkomen, maar ik vind het ietwat ridicuul om de dag zelf voor een goede tijd te gaan als je er niet voor getraind bent. Dries zei dat hij zo'n 8000 trainingskilometers op de teller had. Ik had er amper 1500, denk ik. Ik kom, denk ik, als ik alles optelt, aan een 13-tal echte traningsritten op de fiets, en dan nog een klein beetje MTB. (2x Sven Nys, 4 ritten in de Ardennen, 2 in de Vogezen, 1 in de Italiaanse Alpen, 2x Brabantse pijl, dat zal het zo ongeveer zijn). 


Eten & drinken: ik had véél (VEEL!) eten mee. Een 18-tal gellekes of repen, 2 pakjes snoepjes (genre winegummies), een banaan, 150gr gedroogde abrikozen. Met alle bevoorradingen die er waren was het onnodig zoveel mee te nemen. Teveel ballast. Ik heb aan elke bevoorrading 2 cola’s gedronken, mijn 2 drinkbussen bijgevuld, een banaan gegeten en enkele zoute Tuc-koekskes. Mijn eigen proviand heb ik niet volledig opgekregen 


Bij de start heb ik direct de beginnersfout gemaakt om niet aan te pikken bij groepjes die me passeerden. Ik dacht: “Hey mannen, doe niet onnozel, race niet als bezeten gekken, ’t is nog ver! Ik doe het iets rustiger.” De koerspaarden stoven weg, en met rechte rug overschouwde ik de vergezichten, zodat ik de troepen in de verte zag wegsnorren.

Tijdens die eerste klim is het nog wat zoeken naar je tempo, en vooral, naar je plek. Door de nervositeit zie je er velen al over hun toeren gaan, anderen gaan heel spaarzaam met hun krachten om. Ik hoopte mijn hartslag onder 160 te houden, of toch er zo weinig mogelijk laten boven te gaan, kwestie van zoveel mogelijk op vetverbranding te rijden en de koolhydraten te sparen. Op de Télégraphe, de tweede col van de dag, ging het erg vlot en zonder er veel moeite voor te doen steeg de hartslag naar 168-170. Het bedrieglijke (?) gevoel dat het vlot gaat. Een uur later wacht de Galibier met de ontnuchtering, beter bekend als die met de hamer, of toch, een hamerke. Het tempo stokt en de hartslag zakt. Normaal, als je ‘gas geeft’, gaat je hartslag stijgen, maar nu ging die niet meer zo hoog. Einde voorraad, zou je kunnen denken, maar ik at veel, zou het dat dan wel zijn? Wellicht zijn mijn benen onvoldoende getraind om zo lang die kracht te blijven ontwikkelen. Ook op de laatste klim, de Alpe d’Huez, leek het vat af, weinig kracht, hartslag die zelfs naar 155 zakte.

Absolute beginners: Bij het opdraaien van de Galibier zong David Bowie van “Absolute beginners”. Jep, ik heb me keer op keer als een echte beginneling laten ringeloren. Ik zei het al hoe ik bij de start groepjes liet passeren. Zo ook op de lange tussenstukken tussen de cols. Onder het mom van “ik doe het op’t gemak. Ik ben gekomen om te genieten waar het kan. Ik doe niet mee voor een snelle eindtijd ” liet ik overal de voorbijrazende groepjes passeren. Het leken treintjes vol testosteron en competitiedrang die me voorbij knalden. Ik dacht:” Laat die maar gaan, die genieten niet. Ik zette me recht, reed flierefluitend, handen los van’t stuur, rond turend naar de bergen. “Ooh, waauw, wat een mooie berg daar! Ooh, wat is het hier mooi. Oh, en daar, waauw, heerlijk, daar zo door fietsen. Laat die beentjes maar rustig draaien.” Maar ik voelde dat zo 30km alleen fietsen (met 300m bergop en wat tegenwind, nota bene) in de benen kroop. Aan het einde van zo’n lang tussenstuk besloot ik  toch maar eens even mijn karretje aan te haken bij zo’n groep. Op slag begreep ik mijn flater. In dat groepje moest je amper trappen. Dat zoog je mee.  Daar waar ik dacht het rustig aan te doen en te genieten, was ik me eigenlijk meer moe aan het maken dan die racepaarden. En wat dan helemaal te gek werd, op de helling haalde ik weer veel van die kerels in. Dat stemde toch wel tot nadenken. En als je denkt dat ik zou geleerd hebben uit die fout, guess again, ik bleef elke keer opnieuw dezelfde fout maken. Telkens als zo’n sneltrein me passeerde liet ik ze gaan omdat ze zo verschroeiend snel passeerden, te snel om aan te pikken, leek het, maar dat was dus schijn.

 

Op de top van de Galibier vraagt de fietscomputer "stop of ga door?" Iets in mij zegt dat stoppen ook leuk zou zijn, maar dat behoort, als we eerlijk zijn, niet tot de opties

De slotklim (Alpe d’Huez) hadden we daags ervoor heel op’t gemak nog verkend. Ik wist dus wat komen zou. Op enkele steile stroken na zouden er vlakkere stukken zijn, stukken waar je kan herstellen. Eitje! Dat bleek aan het einde van die lange, zware rit plots wel heel anders.  Wel, die slotklim was precies veranderd. Er zaten nergens nog herstelstukken in. Na elke bocht was het uitkijken naar dat vlakkere stuk dat me bij de verkenning zo op mijn gemak stelde, maar dat was er niet. Herstellen zat er niet meer in. Je kreeg hoogstens even het gevoel dat je vermoeidheid stagneerde in plaats van per meter toe te nemen. Halverwege de klim passeer je een kerkje. Velen hebben er gebeden om extra krachten, maar helaas, er was ook een kerkhof aan dat kerkje: er werd vooral veel gestorven. Wat daags ervoor in tijdsbeleving kort leek, leek plots 5 keer zo lang. Het helpt enigszins dat je de weg kent, dat je weet dat de laatste kilometer vlak en, jawel, zelfs even bergaf is. Het helpt psychologisch dat je 2km voor de meet aan je appartement passeert. Het helpt vooral ook veel dat je veel meer stervende zwanen opraapt dan dat je zelf gepasseerd wordt, maar dat blijven peulschillen. Hét overheersende gevel was pijn, afzien, stoempen voor traag voorbij gaande meters en aftellen.

Het kerkje van Huez, op 5km van de aankomst. Symbolisch, met kerkhof. Hier hebben velen een gebedje gepreveld en gemompeld in de hoop op extra krachten, maar velen zijn er gestorven.


Ik heb de 175km en 5000 hoogtemeters afgelegd in in totaal 9 uur, pauzes inbegrepen. Ik heb in totaal ruim 40 minuten gepauzeerd (eten, drinken, even rondkijken, fotootje nemen). De tijd in de uitslag was 8 uur 24 (er was een stuk afdaling waar de tijd gestopt werd wegens te gevaarlijk).


 

Opvallend in de grafiek is ondanks de stijgende vermoeidheid de dalende hartslag op de laatste col. Een duidelijk teken dat de beste pijlen verschoten waren.

Algemeen sportief besluit: mijn conditie (en talent) heb ik gelukkig na een heel even vol sport nog altijd mee, veel meer dan veel andere en meer geoefende fietsers. Mijn specifieke training (fietsen! Beenspieren!) is nog te beperkt voor zo’n uitdaging. En ik fiets als een beginner

 

Griijs? Grimas? Genot? Pijn? Het is de dunne lijn die de romantiek van fietsen kenmerkt.


Fietsen is fietsen!

Dries, mijn compagnon de route, tonde me een week voor de Marmotte een stukje Afrit 9:” Fietsen is fietsen.” Een hilarisch maar ook intriest verhaal, uit het leven gegrepen. In die laatste week is er geen dag, wat zeg ik, geen uur voorbijgegaan zonder aan het fragment te denken. Keer op keer stemde het tot luid inwendig bulderen om zoveel hilariteit. Het fragment toont vooral aan dat fietsen niet zomaar fietsen is. Fietsen gaat om de beleving en die beleving zat wel snor dit weekend.

 

Plaatjes draaien

Vooraf heb ik zoals elke deelnemer veel gewikt en gewogen wat allemaal mee te nemen. Wat is ballast, wat heb je echt nodig? Die handschoenen had ik, achteraf bekeken, echt nodig. Dat jasje ook. Die 18 gellekes niet. Dat reparatiemateriaal, tja, daar kan je niet omheen. Maar die gsm, dat is volstrekt nutteloos, of toch niet? Ik ging voor de beleving en wilde kost wat kost toch wat genieten van het moment. Bij elke bevoorrading heb ik een fotootje genomen en zelfs een berichtje gestuurd. 

Maar vooral, in de beklimmingen heb ik mijn muzieklijstjes opgezet. Ik twijfelde, want zou ik anderen er niet mee storen? Komen zij niet voor de stilte in de natuur onder coureurs? Verdragen ze mijn muziek wel? Achteraf bekeken was het meer dan de moeite waard om die gsm mee te nemen. Veel zwalpende coureurs kregen een moment van opflakkering als ze even muziek hoorden in plaats van hun eigen gehijg. Ik kreeg veel glimlachende gezichten. Een man uit Liverpool heeft de hele Télégraphe in mijn wiel gehangen om boven naast me te komen en te bedanken voor de uitstekende plaatjes. Jammer genoeg voor hem had hij net te laat aangesloten om zijn landgenoten van The Arctic Monkeys te horen. Wat er zoal gepasseerd is uit die lijst?

  • Lou Reed: Sunday morning: was de eerste plaat. Heerlijk smooth. Gevolgd door een zeemzoete Leonard Cohen.
  • Texas passeerde met eveneens en zong van “Here comes the summer sun” Jep, heerlijk zonnetje was me dat.. Radiohead bracht met Just en Paranoid Android van hun oude stevigere gitaarwerk en lokte reacties uit van “yeah, rock!”  Muse kon op slag bij 3 mensen rekenen op: “MUUUUSE!”
  • The Evil Superstars zogen dan weer van "It's a sad sad planet." Halverwege dat nummer is er zo'n halve seconde stil, waarna een perfect meezing- (meebrul-)moment komt, waarop iedereen luidt uitroept: ".....". Ik draaide mijn hoofd naar een medefietser en brulde mee: "It's a sad sad planet". Hij begreep er niets van. Doe mor voort!
  • Naar het einde toe verslapte mijn aandacht, het meezingen verdween, het afzien nam het over. Ik hoopte stiekem dat Admiral Freebee met z’n Mediterrenean als bij toeval het nummer van de laatste kilometer zou worden. Dat nummer pingelt lekker weg op de baan,met die heerlijke gitaar en dat makkelijk meebrulbare. Mijn gebeden werden ij zo na gehoord. Op 2km van de meet passeerde dat nummer, maar ik was te traag om tegen het einde van het nummer de meet te halen. Hij werd op de meet nog opgevolgd door The Kills. Dood, dat was alleszins een gevoel dat niet volledig onterecht was.

The mountain is a rock. The wheels roll... it's rock'n roll! It's only rock'n roll, but I (l/b)ike it


Benen kijken

Op één dag tijd heb ik in het ‘naar benen’ kijken mijn schade ingehaald. Ik heb op één dag tijd wellicht evenveel naar mannenbenen gekeken dan ik in mijn leven al naar vrouwenbenen gekeken heb. Deels uit verwondering, naar het aantal geschoren benen. Van alle aanwezige benen lag het percentage benen dat geschoren was hoger dan het percentage geschoren benen rond het zwembad van Hugh Heffner. Tal van bedenkingen komen daarbij n mij op, te beginnen met de u alle gekende Jambers Reflex’: “Wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen!”  Te weten dat de profrenner de benen vooral scheert om twee redenen, zijnde het veraangenamen van het werk van de masseur/kinesist bij de dagelijkse massage en om minder hinder te hebben van ingegroeide haartjes bij valpartijen en de bijhorende schaafwonden, vraag ik me af waarom de amateurcoureur zijn haren en masse scheert. Doet hij dat om dezelfde redenen als de profrenner? Doet hij dat om de aerodynamica, en zo ja, wat denkt hij daar dan wel mee te winnen. Ik bedoel niet welke tijdswinst, maar welke prijs: prijzengeld? Een dikkere pré? Een sponsorcontract? Of gaat het om het psychologische, om zich toch een beetje meer profrenner te voelen? Want het is alom gekend dat imitatie van idolen een zodanig positief effect op je motivatie kan hebben dan het je prestatie beïnvloedt. Of, we tappen nog steeds uit het psychologische vaatje, is elke vorm van idolen nabootsen een manier om de eigen onzekerheid in te dijken? Twijfel je aan je eigen kunnen en hoop je dat het truitje van je favoriete coureur, je geschoren benen, dezelfde gelletjes en fiets je twijfel aan je eigen kunnen kan wegnemen? En hoever ga je daar dan in, want voor sommigen is er geen einde aan bijgeloof. Kijk maar hoe voetballer dezelfde bewegingen als Ronaldo aannemen in de hoop dan hun vrije trap daarmee sierlijk binnenkrult. Uiteraard helpen alle snufjes, maar het is nog altijd de persoon die op de fiets zit die het moet doen. Je kan alle middeltjes van je idool nabootsen, maar boots je ook zijn training, zijn rust, zijn levensritme na? Wat brengt het mest op, meer trainen en je benen niet scheren, of minder trainen en je benen wel scheren? Je kent de redenering wel: “zijn fiets moet zo licht mogelijk zijn, elk grammeke telt, maar zelf heeft hij 15kilo overgewicht.”

Wat mijneigen  benengestaar betreft moet ik er niet over liegen. Ik heb te weinig fietskilometers op mijn teller staan om met 100% vertrouwen nar de Marmotte te gaan. Naar de benen van de anderen kijken, was deels om te kijken met welke marchandise zij het gaan doen. “Shit zeg, die hebben allemaal zoveel spieren in hun benen, en ik, ik heb stekskes.” Is de redenering die vaak opkwam. Het was ongetwijfeld uit schrik voor de bergen, uit onzekerheid, dat ik naar al die benen keek. Al even snel wist ik echter ook dat zij meer gewicht de berg moeten opdragen, dat zij mogelijk gewoon op het vlakke en op de korte ‘Vlaamse’ hellingen getraind zijn, en dat ik kan rekenen op een goede uithouding, van al die jaren lopen.

"Nu ik de Marmotte uitgereden heb, ben ik toch een beetje nen echte coureur?" - "Ja zenne, 10%." - " Oké, dan scheer ik 10% van mijn benen."


Het gevaarlijkste moment, daar waar ik ‘m genepen heb, daar had niemand over verteld

In de vele vertelsels die ik vooraf gehoord heb, heb ik heel veel tips gekregen, over kledij, over eten en drinken, over doseren. Geen enkele keer heeft iemand me verteld over wat voor mij met voorsprong het meest angstaanjagende moment van de dag was. Het naar de start gaan. Ons logement was boven, aan de aankomst (Alpe d’Huez). Om 6.00 ’s ochtends vertrokken we richting star, die om 7.00 gegeven werd. De afdaling in het donker (Pikkedonker, geen straatverlichting) op een nat wegdek met een koersfiets, op dunne bandjes, met kleine lichtjes en dat licht gekleed in de koude, jeetje, dat was niet van de poes.

6.00 's ochtends, klaar om de Alpe d'Huez af te dalen richting start. 't Is fris en nat op de afdaling.


Eindelijk! De aankomst. 175km en 5000 hoogtemeters. Been there, done that.


Ik dank uiteraard mijn compagnon de route Dries voor het breien van een zoveelste hoofdstuk aan de vriendschap. De pijn op de hellingen vervalt in't niets tegen de mooie herinneringen en momenten. En hey, supermegaknap gereden. Echt, juist een raket!


Ik dank ook Interbikes Leuven, de fietswinkel die me in tijden van schaarste een ultralicht ros tussen mijn benen gestoken hebben. Ze hebben me op en top geholpen met de juiste onderdelen, ook wanneer ik een andere cassette nodig had. Het materiaal heeft in geen enkel van de ritjes ook maar één seconde gehaperd.




Een geslaagde avontuurlijke Kamp Waes-tocht als sportdag en teambuilding

Vandaag organiseerde Fitter&Fitter een sportieve teambuilding voor VEKA, het Vlaams Energie en Klimaat Agentschap. ‘Iets à la Kamp Waes’, hadden ze gevraagd. Ik was op slag in mijn nopjes. Lees hoe onze groep een uitdagende teambuilding tot een goed eind bracht.

Lees meer

What I talk about, when I talk about preparing de Marmotte

Murakami schreef een bestseller over waar hij tijdens het lopen aan dacht. Bart, trainer-oprichter van Fitter&Fitter, rijdt op 4 september de befaamde Marmotte Granfondo en waande zich een Murakami op de fiets. Lees hier het verslag van de voorbereiding.

Lees meer

Het moeilijkste aan personal training geven is omgaan met de zware emoties

Personal training geven geeft vaak voldoening. Je vormt samen met de klant een hecht duo om samen stap voor stap sterker en fitter te worden. Je deelt de goede momenten van progressie. Maar het is soms ook heel moeilijk. Soms nemen emoties de bovenhand.

Lees meer

5 tips om een betere en blessurevrije loper te worden.

Lees hoe veel lopers worstelen met loopblessures en ontdek met 5 tips hoe jij blessures kan afhouden. Blijf blessurevrij, word sneller, sterker en verbeter je houding met deze tips.

Lees meer

Buiten komen houdt je gezonder deze herfst en winter, niet alleen tegen Corona

De Morgen kopte dit weekend, in het kader van Corona, dat we meer moeten buitenkomen. Ik viel van mijn stoel en kroop er vervolgens weer op. Aha, juist, voor al de rest mogen we binnen blijven, maar voor Corona moeten we meer naar buiten. De wereld op z’n kop. Buiten komen is de max!

Lees meer

REWIND (2013): Stabilisatietraining voor lopers: Trainen voor een sterk lichaam

Lopers worden vaker geplaagd door blessures dan hen lief is. Wanneer het om een eenmalige blessure gaat is het niet zo'n ramp, maar meestal komen blessures terug en blijven ze terug komen. Niet zelden duik je bij een blessure vaak van de ene in de andere blessure. Je raakt er wel eens moedeloos van. Stabilisatietraining vormt een onderdeel van blessurepreventie, maar hoe begin je eraan?

Lees meer

REWIND (2012) Looptechniek: het belang van Core stability

De Keniaanse Jeptoo behaalde zilver op de marathon op de olympische spelen. Het laatste wat je van haar kan zeggen is dat ze niet kan lopen.En toch durven kwatongen dat wel in twijfel trekken bij het zien van haar loopstijl. Sterke overpronatie, knieën die heel hard naar binnen knikken en een onderbeen dat naar buiten wordt geslagen. Maar wel zilver op de spelen. Ze levert er alleszins stof tot discussie mee.

Lees meer

REWIND 2012: Looptechniek: Lopen is geen kinderspel

Lopen, we kunnen het allemaal. Het is kinderspel. Letterlijk. Van zodra we rechtop kunnen staan, proberen we te lopen. En van zodra we kunnen lopen, doen we het alsof het een lieve lust is. Lopen lijkt zo eenvoudig dat we er niet meer bij stilstaan. Of toch niet? (artikel uit 2012, geschreven door Bart Delobel, oprichter van Fitter&Fitter)

Lees hier het artikel

Als personal coach maak je sprookjes mee vanop de eerste rij. En je draagt er op de koop toe nog aan bij.

De transformatie van iemand die 10 of 20 kilo verliest door een sportievere en gezondere levensstijl, is eindeloos veel groter dan louter die getalletjes van de weegschaal of prestatie. Het zijn verhalen van openbloeien, van leren geloven in zichzelf, van mentaal sterker worden,... Als coach ben je de bevoorrechte persoon die deze stuk voor stuk prachtige verhaaltjes van kortbij mag meemaken. En dat vind ik waarlijk fantastisch.

Lees meer

Corona: Trek uw mondmasker uit en uw buitensportkleren aan. Dat is solidariteit!

De wereld is de pedalen kwijt. Corona doet de hele wereldpolitiek wild om zich heen slaan. We verstoppen ons letterlijk en figuurlijk achter mondmaskers om de grotere problemen en daarmee onze verantwoordelijkheid en ons falen te ontlopen. Tientallen andere welvaartsziektes richten al jaren meer schade aan dan het C-virus. Ondertussen gaat de planeet in ijltempo naar de vaantjes gaat. Toch zijn we enkel in staat ingrijpende maatregelen te treffen voor Corona. Waarom toch?

Lees meer

REWIND (2013): Looptechniek tot op het bot ontleed

Hoe belangrijk is de loophouding en -techniek voor een loper? Wat is een goede houding en waarom? Hoe belangrijk is de houding van mijn armen en waarom kan het vasthouden van een gsm of drinkbus leiden tot een minder efficiënte houding en misschien zelfs tot een blessure? We ontleden de loophouding tot op he bot en geven je tips voor een goede houding.

Lees meer

Fitter&Fitter aan de elektrische deelbakfiets: Fly me away to a fit and sustainable future

Leuven, de stad die Europees goud won als groene stad, biedt vanaf juli elektrische deelbakfietsen aan. In juni mocht Fitter&Fitter deze bakfietsen al uittesten. En of we daar blij mee waren! Zeg nooit zomaar bakfiets tegen een bakfiets. Een bakfiets is een feest, tenminste als je eigenaar bent van een jonge, speelse geest.

Lees meer

REWIND (2012): Trail, de alternatieve wind door het looplandschap

In 2012 voorspelden we voor het looptijdschrift Zatopek dat trail een enorm hype zou worden. We schreven er een artikel over. 7 jaar later is het looplandschap voor goed veranderd, en daar zijn we blij om.

Lees meer

Karen traint voor Marathon du Mont Blanc met core, kracht en techniek

Na jaren vol trails, marathons en ultra's, neemt Karen dit jaar deel aan de Marathon du Mont Blanc. Vroeger werd ze vaak geplaagd door blessures. Met een uitgebalanceerde training met aandacht voor core stability, krachttraining en techniektraining willen we samen van dit verhaal een succes maken.

Lees meer

Personal training: anders dan anders.

Ken je het gevoel dat een kinesist of voedingscoach je oefeningen of huiswerk meegeeft en dat je er keer op keer niet in slaagt om dat te doen? In personal training gebeurt vaak hetzelfde en dus zochten we andere manieren om ervoor te zorgen dat mensen hun doelen bereiken. Lees hier hoe!

Lees meer

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x